De fluit was het meest voorkomende vrachtschip voor de Europese vaart van de 17e eeuw. De schepen voeren vooral naar de Oostzee voor hout en graan, maar ze bereikten ook havens buiten Europa. Het schip was te herkennen aan de bolle rompvorm.
Er zijn sinds 1600 duizenden fluitschepen gebouwd. Daarmee leverde de fluit een belangrijke bijdrage aan de economische dominantie van de Republiek in de Gouden Eeuw.
Het succes van de fluit zat ‘m in de eenvoud. Het schip had een simpele tuigage en kon dus volstaan met een kleine bemanning. In de grote laadruimte kon veel vracht worden meegenomen. Hierdoor was de fluit een zeer rendabel schip.
Op een gegeven moment werden de fluitschepen niet alleen in Nederland, maar ook in omringende landen zoals Engeland en Denemarken gebouwd.

